Zorg, welzijn en werk: je kan vaak meer dan je denkt.

Doorontwikkelen sturingsinformatie

Kwalitatief en integraal en doorontwikkeling regio- en gemeentemonitor (INITI8) van kwantitatieve naar kwalitatieve gegevens


De regio- en gemeentemonitor Jeugd en Wmo van INITI8 presenteert vooral kwantitatieve gegevens, aangevuld met een aantal kwalitatieve gegevens.

INITI8 ontvangt via een Excel-format deze gegevens van de gecontracteerde zorgaanbieders. (Zie de powerpoint-presentatie voor meer informatie.)

Om kwalitatieve informatie toe te voegen aan de regio- en gemeentemonitor Jeugd en Wmo, is er een aantal mogelijkheden:

  1. Een extra uitvraag met aanvullende excel-formats, of ‘tools’ bij de zorgaanbieders.
  2. Gebruik maken van bestaande onderzoeken.
  3. Gebruik maken van bestaande datastromen.

Ad 1. Een extra uitvraag met aanvullende excel-formats, of ‘tools’

Voor het doorontwikkelen van de sturingsinformatie wil regio Rivierenland geen aanvullende uitvraag doen via INITI8. Zorgaanbieders ervaren het als een extra last, dat zij naast het berichtenverkeer via het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt, ook data aan INITI8 moeten aanleveren. Daarom zijn de gemeenten in regio Rivierenland van plan om -zodra het berichtenverkeer goed loopt- de kwantitatieve data uit de backoffice applicaties van de gemeenten te gebruiken.
Deze data uit het berichtenverkeer voegt zeker enige kwalitatieve data toe ten behoeve van sturings- en beleidsinformatie, maar is ook vooral gebaseerd op de facturatiestroom, nog steeds vooral p(prijs) *q(hoeveelheid).
Een andere optie zou zijn om zorgaanbieders te laten werken met een aanvullende tool om kwalitatieve data te verzamelen.

  • Die tool kan zitten in het directe contact tussen cliënt en zorgaanbieders, een voorbeeld daarvan is Effectenster dat het bereiken van (zorg- ondersteunings)doelen meet door middel van frequente vragen aan cliënt en hulpverlener. Met deze oplossing wordt de zorgaanbieder belast met het beheer van een tool.
  • De tool kan uitgewerkt worden door het gericht versturen van vragen naar cliënt en zorgaanbieder. Het beheer van de tool ligt dan buiten de zorgaanbieder. 

Een aantal zorgaanbieders verklaarde dat dit hen zou helpen met het terugbrengen van hun administratieve lasten. De eisen van brancheorganisaties en onwetendheid over wat er moet worden geregistreerd voor gemeenten, leiden tot uitgebreide registratie van kwalitatieve data bij zorgaanbieders. Als de gemeenten in regio Rivierenland deze zorgaanbieders duidelijkheid en een tool zouden verschaffen, dan wordt daarmee veel registratie verminderd. Dit kan als argument worden gebruikt om de registratie-eisen van de brancheorganisaties te verminderen. Er is er geen budget beschikbaar om hierin op korte termijn te voorzien. Desgewenst zou in de begroting voor 2017 hiervoor ruimte kunnen worden opgenomen.

Ad 2. Gebruik maken van bestaande onderzoeken

Diverse gemeenten en zorgaanbieders voeren cliëntervaringsonderzoeken uit. Gemeenten vragen zelf lijsten op bij zorgaanbieders, zorgaanbieders hebben eigen onderzoeksverslagen. Deze bieden wel inzicht in de stand van zaken op een bepaald moment, maar veel onderzoeken zijn verschillend van aard, vragen niet allemaal naar dezelfde dingen. Het is moeilijk een dashboard te bouwen op ongestructureerde, of anders gestructureerde data, die niet anders dan handmatig beschikbaar wordt gesteld en waarvan de frequentie ook heel sterk wisselt.

Ad 3. Gebruik maken van bestaande datastromen

Kwalitatieve data is wel bij de zorgaanbieders beschikbaar en zorgaanbieders rapporteren daarover op diverse manieren. Veel zorgaanbieders werken bijvoorbeeld al met ROM-data (Routine Outcome Monitoring). Vanaf 2014 geldt ook voor alle vrijgevestigden in de geestelijke gezondheidszorg dat zij ROM-data dienen aan te leveren aan de Stichting Benchmark GGZ (SBG).
Daarnaast is er de Consumer Quality Index (CQI). Dit is een wetenschappelijk gefundeerde, gestandaardiseerde methodiek om klantervaringen in de zorg te meten. Geaccrediteerde meetorganisaties voeren in opdracht van zorgaanbieders en verzekeraars CQI-metingen uit. Meestal wordt aan patiënten en cliënten een schriftelijke vragenlijst voorgelegd. Daarnaast wordt gewerkt met online vragenlijsten en met interviews. Zo kan men achterhalen wat patiënten en cliënten belangrijk vinden in de zorg én wat hun concrete ervaringen zijn.

Een aantal zorgaanbieders wil onderzoeken hoe ze relevante data uit de ROM en de CQ-index, beschikbaar kunnen stellen, om deze via INITI8 te presenteren in de regio- en gemeentemonitor Jeugd en Wmo. INITI8 heeft aangegeven deze data te kunnen verwerken in de regio- en gemeentemonitor.

Conclusie

Op korte termijn lijkt het goed realiseerbaar om de regio- en gemeentemonitor uit te breiden met kwalitatieve data (door gebruik te maken van bestaande datastromen). Het ver- of aanschaffen van aanvullende tools moet dan overwogen worden bij het opstellen van een begroting voor 2017.

Aanpak

In samenwerking met een aantal beleidsmedewerkers, INITI8 en zorgaanbieders uit de Jeugd GGZ en Jeugd- en opvoedingsondersteuning, organiseert het projectteam Transformatie in de Versnelling twee bijeenkomsten om samen te bepalen welke en hoe deze data in de regio- en gemeentemonitor terugkomt.

Vanuit regio Rivierenland wordt een pilotteam ingesteld. In ieder geval nemen deel: Alwin Schortinghuis (projectleider) en Jack Straatman (gemeente Neder-Betuwe). Ter ondersteuning heeft Tim van der Pol zich aangeboden vanuit Geldermalsen. Twee beleidsmedewerkers begeleiden de selectie van de data. INITI8 werkt graag mee aan het project in het kader van productontwikkeling. Ook is een aantal zorgaanbieders geïnteresseerd.

In november 2016 vinden de bijeenkomsten plaats waarin:

  1. Inventarisatie van kwalitatieve informatiebehoefte plaatsvindt;
  2. Data-selectie plaatsvindt;
  3. De mogelijkheden voor INITI8 worden bepaald;
  4. Afspraken over de inrichting van dit deel van de monitor worden gemaakt in de vorm van een pilot.