Zorg, welzijn en werk: je kan vaak meer dan je denkt.

Goede voorbeelden - De harde landing in de volwassenheid!

Samenvatting onderzoek jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar Tiel

Onderzoeker: Zagros Jafar, stagiair Verwey-Jonker Instituut

1. Wat vooraf ging

In de startnotitie Opvoeden en Opgroeien in Tiel (april 2010) is al aangegeven welke problematiek voor jeugdigen in Tiel zou moeten worden aangepakt. Onderdeel daarvan was: extra aandacht voor het bereiken van de doelgroep jong volwassen (18-23 jarigen). 

Verschillende activiteiten waren er al of zijn in gang gezet, onder meer:
  • Schoolmaatschappelijk werk als basisvoorziening op het ROC Rivor met extra spreekuur op het Entreeonderwijs
  • Jeugdpreventienetwerk 12+ (vroegsignalering)
  • Procesmanager jeugd voor verbinding op casusniveau met ZAT’s, Veiligheidshuis, lokale professionals, BJZ, RMC, etc.
  • Patch voor jeugdhulptrajecten doelgroep 18-23 jaar
  • Jongerenwerkers (signalering, motivering, participatie, coaching)
  • Wmo-loket voor maatwerkvoorzieningen vanaf 18 jaar
  • VSV-aanpak (onderwijs)
  • Ziektekostenverzekering vanaf 18 jaar voor GGZ
  • Tienermoedernetwerk Tiel
  • Wijkteams Jeugd voor integrale aanpak gezinnen met jeugdigen tot 23 jaar
De wijkteams Jeugd zijn in 2016 geëvalueerd door het Verwey-Jonker Instituut en uit de evaluatierapportage kwam naar voren dat verschillende eerstelijns samenwerkingspartners zich afvroegen of de wijkteams Jeugd de benodigde deskundigheid hebben voor de jong volwassenen 18-23 jaar en in kunnen schatten welke hulp er nodig is?

Daarnaast hebben verschillende landelijke onderzoeken aangetoond dat jongvolwassenen vaak tussen wal en schip vallen na het bereiken van de volwassenheid. Ze worden in staat geacht om zelfstandig hun problemen aan te pakken, terwijl sommige daar nog niet aan toe zijn. Jongvolwassenen hebben te maken met verschillende risico- en beschermende factoren op individueel, familiaal en extra-familiale niveaus. Bij een onbalans hiervan kunnen jongvolwassenen beperkt worden in hun ontwikkeling en participatie in de maatschappij. Jeugdhulp geldt tot 18 jaar. Door gebrek aan passende hulpverlening vanaf 18 jaar komt deze doelgroep in een latere fase van hun leven weer in beeld bij hulpverleningsinstanties, vaak met complexere problemen.

Naar aanleiding hiervan heeft een stagiair van het Verwey-Jonker Instituut een onderzoek gedaan naar de mate van effectiviteit en passendheid van de hulpverlening door de wijkteams Jeugd en de context daarom heen aan jongvolwassenen (18-23 jaar) in Tiel.

2. Onderzoeksmethode

Er is een dossieronderzoek uitgevoerd waarbij veertig cliëntdossiers zijn geanalyseerd aan de hand van de risico- en beschermende factoren op individuele, familiale, extra-familiale niveaus en contextuele factoren die het besluitvormingsproces van de wijkteams Jeugd beïnvloeden. Aansluitend op het dossieronderzoek zijn er interviews afgenomen met de zeven wijkteamprofessionals die betrokken waren bij de onderzochte dossiers. Tevens zijn er interviews gedaan met het RMC, de jongerenwerkers, Patch, de procesmanager Jeugd (Truus Gillissen) en de CJG-coördinator (Ellen Waalewijn).

3. Conclusies

Er zijn een aantal conclusies uit het onderzoek naar voren gekomen.
1. De wijkteams Jeugd hebben voldoende deskundigheid voor de hulpverlening aan de doelgroep jong volwassenen 18 tot 23 jaar. Jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar kunnen ongeacht hun problematiek (met vragen op alle levensdomeinen) terecht bij de wijkteams Jeugd.

2. De wijkteams Jeugd zijn door voldoende autonomie en stimulerende organisatorische facetten in staat om hun hulpaanbod af te stemmen op de wensen, behoeften en mogelijkheden van hun cliënten en het gezin. Een hoge mate van cliëntresponsiviteit gepaard met een hoge mate van autonomie maken het mogelijk voor de wijkteamprofessionals om adequaat om te gaan met de complexiteit van de casussen waarmee ze te maken krijgen.

3. De inhoud van de hulpverlening hangt af van de hulpvraag, het type problematiek en de achterliggende risico- en beschermende factoren waarmee de jongvolwassene cliënt te maken heeft. Jongvolwassen cliënten van de wijkteams Jeugd kunnen opgedeeld worden in drie categorieën: 
  • jongvolwassenen met overwegend individuele risicofactoren
  • jongvolwassenen met overwegend familiale risicofactoren en
  • jongvolwassenen met individuele- en familiale risicofactoren
4.Bij jongvolwassenen met overwegend individuele risicofactoren staat de individuele hulpvraag centraal in de hulpverlening. Bij deze groep wordt de hulpverlening beïnvloed door twee belangrijke risicofactoren:
  • het hebben van een cognitieve beperking
  • het vermijden van zorg.

Jongvolwassenen met een cognitieve beperking hebben een hogere kans om multi problematiek te ontwikkelen. De hulpverlening aan deze groep is vaak intensiever dan aan andere jongvolwassenen. Deze jongvolwassenen worden vaker dan anderen doorverwezen naar specialistische hulpverlening. Er is heel veel hulpaanbod voor deze groep.

5. Zorgmijders kunnen alleen worden geholpen als ze open staan voor hulpverlening. De wijkteamprofessionals proberen deze jongeren in beeld te houden en te motiveren. Hulpaanbod blijft echter vrijwillig en zorgmijdende jongvolwassenen kunnen niet verplicht worden om de hulpverlening te accepteren. Wanneer deze jongeren uit de hulpverlening verdwijnen, schakelen de wijkteams Jeugd bij zorgwerkende situaties het jongerenwerk in om opnieuw contact te leggen met deze jongvolwassenen.

6. Bij jongvolwassenen met individuele- en familiale risicofactoren richten de wijkteamprofessionals zich op zowel het gezin als de jongvolwassene. De aanpak van de wijkteams Jeugd richt zich dan zowel op de jongvolwassene zelf als ook op het stabiliseren van de gezinssituatie. Integrale hulpverlening wordt aangeboden afhankelijk van het type problematiek waarmee de jongvolwassene en het gezin te maken hebben.

7. Bij jongvolwassenen met overwegend familiale factoren richten de wijkteamprofessionals zich vooral op de mogelijkheden van de jongvolwassene bij het omgaan met zijn situatie. Hierbij staan integrale- en systeemgerichte hulpverlening centraal. Bij escalatie en ineffectief hulpaanbod lopen de wijkteams Jeugd vast, omdat er geen verwijzingsmogelijkheden zijn naar passend aanbod.

8. Er is sprake van prioritering van individuele risicofactoren als cognitieve en psychiatrische beperking bij de specialistische aanbieders. Daarnaast is er sprake van prioritering vanuit landelijk/gemeentelijk beleid in het kader van VSV (vroegtijdig schoolverlaten). Hierdoor valt een deel van de kwetsbare jongvolwassenen buiten de boot en/of wordt niet zichtbaar. In dit geval jongvolwassenen met familiale risicofactoren en jongvolwassenen die niet op het ROC Rivor zitten maar elders een opleiding volgen of thuis zitten met een startkwalificatie. Deze jongvolwassenen worden geholpen door het integrale en systeemgerichte hulpaanbod van de wijkteamprofessionals. Bij escalatie in de situatie van de jongvolwassene en zijn familie komen de wijkteamprofessionals in een onmachtpositie omdat ze naar niemand kunnen doorverwijzen.

9. De huidige organisatorische positionering en het aanbod rondom jongvolwassenen is kwetsbaar en inefficiënt. Er zijn meerdere toegangspoorten (wijkteams, jongerenwerk, Patch, SMW, wmo-loket, ZAT’s, huisartsen, RMC, etc.), er is deels overlap in hulpaanbod en er is sprake van gebrek aan afstemming en samenwerking. De huidige hulpverleningscontext wordt door de wijkteamprofessionals ervaren als incoherent en gefragmenteerd. Hierdoor is de doelgroep nergens volledig in beeld.

4. Aanbevelingen

  • Verder onderzoek en gesprekken met de wijkteams Jeugd en de andere partijen in Tiel is nodig om de knelpunten in de hulpverlening aan deze doelgroep concreter in kaart te brengen en vervolgens aan te pakken.
  • Er is behoefte aan regie en afstemming tussen de verschillende organisaties die zich richten op de doelgroep jongvolwassenen. Een duidelijke rolverdeling en samenwerkingsafspraken zijn gewenst om het hulpaanbod efficiënter te maken.
  • Belangrijke partners van de wijkteams Jeugd, als jongerenwerk Mozaïek en Patch, hebben een onmisbare bijdrage in het hulpverleningsaanbod aan jongvolwassenen binnen Tiel. Deze professionals zouden kunnen worden gelinkt aan de wijkteams. Belangrijk hierbij is, dat bij de jongerenwerkers van Mozaïek hun preventieve taak en de aanvullende benaderingswijze niet moet ontnomen moet worden.
  • De groepen jongvolwassenen die buiten de boot vallen qua specialistische hulpaanbod moeten worden opgevangen middels een vangnet om te voorkomen dat ze tussen wal en schip belanden.
  • Maak duidelijke afspraken tussen de wijkteams en de tweedelijns specialisten om de groep afschalers (nazorg na Jeudhulp) beter te kunnen volgen. Het project “Ondersteuning na na de Jeugdzorg” moet beter gehandhaafd worden middels contract en resultaat afspraken.